Woordenlijst

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A la ficelle

Voorzichtige kookwijze waarbij vlees aan een touw verbonden aan een pollepel,die boven de pan ligt, gekookt wordt.

A la Grecque

Dit betekent dat er een tomatendressing aan het gerecht is toegevoegd. Meestal betreft het een gerecht van gekookte groenten, die als salade worden geserveerd. De tomatendressing bestaat uit tomaten, verse kruiden, citroensap en olijfolie.

A la minute

Op het laatste moment.

A l'anglaise

In water gaar koken, laten uitlekken, drogen en met een klontje boter opdienen van groenten.

Aanbraden

Op een hoog vuur snel dichtschroeien van vlees in vet.

Aanzetten

Vlees of andere ingrediënten in weinig vetstof laten kleuren.

Aanzweten

In olie of boter bakken van bv. ui zonder dat deze kleur krijgt.

Abattis

Slachtafval; doorgaans niet vertaald vanwege de negatieve klank.

Abrikoteren

Bestrijken van fruittaarten en desserts met ingedikte, gezeefde abrikozenjam.

Adelijk

Wild of gevogelte dat gedurende langere tijd bestorven is en hierdoor een smaak heeft ontwikkeld.

Afblussen

Na het aanbraden van vlees, wild enz. wordt vloeistof, bijvoorbeeld wijn, toegevoegd teneinde het braadproces te temperen.

Afkloppen

  1. Crème of saus au bain-marie met garde roeren tot deze warm is.
  2. Gistdeeg kneden tot er geen luchtbelletjes meer inzitten.

Afritsen

Met behulp van een vork het afhalen van rode bessen van hun steel.

Afschroeien

  1. Afbranden van de restjes van veertjes na het plukken van gevogelte
  2. Op hoge temperatuur in de oven een kleurtje krijgen van bv. opgeklopt eiwit.

Afschuimen

Verwijderen van ongerechtigheden dat bij het koken bovenop komt drijven.

Aiguilette

Langwerpig filetreepje van wild.

Aiguillette

Langwerpig reepje vlees afkomstig van filet van wild.

Aïoli

Provençaalse knoflook-mayonaise.

Al dente

Italiaanse term, net gaar, bijtgaar, koken van pasta gerechten of groenten.

Anglaise

Bereidingswijze bij koken, net gaar. Bij paneren, doorhalen door bloem, ei, paneermeel, peper, zout. Crème anglaise, samenstelling van suiker, eigeel en melk. Basis voor vele kookpuddingen.

Aperitief

Drankje voor de maaltijd.

Arroseren

Gebraad besprenkelen tijdens het braden of roosteren, bijvoorbeeld met eigen braadvocht.

Aspic

Dit is een transparant geleigerecht waarin koude vis, vlees of gevogelte wordt geserveerd. De transparante gelei zorgt ervoor dat de vis etc. niet uitdroogt. Gemengd met béchamel, room of mayonaise wordt het gebruikt als een chaudfroid saus om stukken kip, vis etc. mee af te dekken.

Au bain-marie

Pan met heet water waarin een andere pan wordt geplaatst om een gerecht te verwarmen. Het wordt zodoende niet warmer dan 80 à 90 graden.

Barderen

Met spek omwikkelen, of met spek bedekken, meestal om teer vlees te beschermen tegen te veel hitte.

Baron

Een braadstuk van lam of schaap bestaande uit de bouten en het zadel.

Barquette

Deegbodem in de vorm van een bootje, dat ergens mee wordt gevuld.

Bâtonnet

Frans voor staafje. Kleine reepjes, maar dikker dan julienne.

Batterie de Cuisine

Uitdrukking van profkoks om de essentiele uitrusting aan te geven, die nodig is om voedsel te bereiden.

Battuto

Italiaans voor een mengsel van fijngehakte groenten met spek en ham, dat gebruikt wordt om soepen en stoofschotels op smaak te brengen.

Bavarois

Luchtige schuimige gelatinepudding.

Béchamelsaus

Romige saus van bloem, boter en melk. Genoemd naar de hofmeester van Lodewijk XIV, de markies van Béchamel.

Beurre manié

Gelijke hoeveelheden boter en bloem, goed gemengd tot een homogeen mengsel. Wordt gebruikt om b.v. sauzen te binden.

Beurre noisette

Boter die men in de koekenpan, op een laag vuur een lichtbruine kleur laat krijgen.

Blancheren

(Blanchir) Groenten in kokend water leggen, wachten tot het water weer kookt en dan onder koud water afspoelen.

Blindbakken

Het bakken van taart en deegvormen zonder vulling om zo een stevige rand te krijgen. Tijdens het bakken wordt de vorm tijdelijk gevuld met droge bonen of iets dergelijks.

Blini's

Pannenkoekjes gemaakt van boekweitmeel.

Blussen

Door toevoegen van vocht, bijvoorbeeld wijn, het braadproces temperen.

Bombe

IJsvorm.

Bordure

Een rand van gespoten aardappelpuree rondom eem gerecht op een schaal.

Bouquet garni

Tuiltje van kruiden, meestal peterselie, tijm en laurier. Wordt vaak samengebonden, zodat het later gemakkelijk is te verwijderen.

Braiseren

Stoven, in eigen vocht of vet gaar laten worden in een gesloten pan.

Brider

Het opbinden van gevogelte, vlees of wild.

Brioche

Luxe brood of broodje of tulband gebakje.

Brochette

Pen waaraan stukjes te roosteren vlees.

Broeien

Pas geplukt gevogelte overgieten met kokend water.

Bruineren

Het licht kleuren van groenten (b.v. ui) waardoor smaakstoffen vrij komen.

Brunoise

In kleine blokjes gesneden groenten zoals wortels, prei, ui, selderij enz.

Canapés

Stukjes brood bedekt met lekkernijen.

Canneleren

Het snijden van groefjes in b.v. een citroen of champignonhoed.

Carpaccio

Gerecht van flinterdun gesneden rauw (rund)vlees, bedruppeld met olijfolie en vinaigrette, soms met vlokken Parmezaanse kaas bedekt.

Cassolette

Kleine bakjes van aardewerk of porcelein.

Chantilly

(Zoete) gerechten opgediend of gemengd met slagroom (á la Chantilly).

Chapelure

Paneermeel, fijngemaakt oud brood of beschuit.

Charlotte

Een pudding met een wand en soms een bodem van biscuits.

Chartreuse

Gerecht van kleingesneden vlees, groenten en spek dat in een vorm au bain-marie wordt gegaard.

Chaud-froid

Een warm bereid en koud opgediend gerecht, meestal gevogelte, opgediend als koud voorgerecht.

Chemiser

Frans voor bekleden (met en dun laagje gelei).

Chiffonnade

In boter gesmoord mengsel van reepjes zuring en kropsla.

Chinois

Kegelvormige fijne zeef gebruikt voor soepen en sauzen.

Ciseleren

Insnijden om het garen te bevorderen of het krimpen tegen te gaan. Het in hoge snelheid in plakjes snijden van o.a. champignons of komkommer.

Clarifique

Mengsel van gemalen vlees, ui, prei,knolselderij en eiwitten dat gebruikt wordt om bouillion helder te maken.

Clouteren

Besteken met dunne reepjes rauwe truffel.

Cocotte

Ovenschotel of pannetje waarin eten bereid en geserveerd wordt.

Colleren

Binden met gelatine.

Compote

Vruchtenmoes met hele vruchten of stukken fruit.

Concassée

In stukjes snijden, vermalen, fijn stampen, grof maken.

Consommé

Franse term voor een heldere (vlees)bouillon.

Coulibiac

Ook koulibiac, een warme pastei meestal van vis of gevogelte.

Coulis

Vloeibare puree van vis, vlees, gevogelte of groenten.

Court-bouillon

Aromatisch kookvocht voor het bereiden van vis of schaaldieren

Crêpes

Flensjes, dunne pannenkoekjes, vaak gevuld worden met zoete of hartige vulling. .

Crépinette

Darmnet van varken, wordt gebruikt als omhulsel voor gerechten die anders uit elkaar vallen.

Crostini

Dunne plakjes brood die onder de grill, in de oven of in olijfolie of boter worden gebakken.

Croûtons

Stukjes brood, kleine blokjes, soldaatjes, of reepjes, gebakken, als toevoeging bij soepen of als garnering.

Dariole

Een kleine cylindervormige vorm, de inhoud heet ook zo.

Darne

Middenmoot van een grote rondvis.

Daube

Manier van stoven.

Decanteren

Vloeistoffen waarin een bezinksel zit worden overgegoten en daarbij blijft het bezinksel achter.

Déglaceren

Oplossen van braadresten in een pan met behulp van fond, wijn af andere alcoholhoudende drank. (Dit wordt ook wel afblussen genoemd)

Degorgeren

In water zetten van orgaanvlees om bloed en verontreinigingen eruit te spoelen.

Degraiseren

(Degraisser) Ontvetten, vet afscheppen, spek/vet afsnijden.

Demi-glace

Ingekookte fond die wordt gebonden met aardappelmeel.

Demouleren

Uit de vorm halen.

Desosseren

Vlees en gevogelte ontbenen zonder het vel te beschadigen.

Diblotins

Rondjes wittebrood in de oven gegratineerd met béchamelsaus, cayenne en paprika.

DOC/DOCG

Classificaties voor Italiaanse regionale producten.

Doré

Bestreken met eierdooier.

Dresseren

Mooi rangschikken van hoofdgerecht en garnituur op een bord of schotel.

Dressing

Een saus om gerechten op smaak te brengen, vooral salades.

Duxelles

Mengsel van fijngehakte uien en champignons. Wordt gebruikt als vulling nadat het licht is aangebraden.

Ebi

Garnalen gekookt in zout water. Daarna gepeld en opgediend als vlindervorm. Japanse keuken.

Eierschotel

Schotel met rand van ongeveer 2 cm.

En Papilotte

In papier verpakte gerechten die hierin ook bereid zijn, zodat geur en smaak behouden blijven. Dit kan ook in alluminiumfolie.

Eminceren

In plakjes snijden.

Emincé

Gerecht waarin men restjes verwerkt.

Emporte-pièce

Uitsteker.

Escalope

Dunne schijf van vlees, vis of gevogelte.

Essence

Geconcentreerd aromatisch extract bv. van koffiebonen, vanille. Bestaat ook in synthetische vorm.

Estouffade

Bruine fond.

Etamine

Doek om sauzen enz. door te zeven. Vaak wordt hiervoor kaasdoek gebruikt.

Evaporeren

Concentreren van vloeistoffen door verdampen.

Faconeren

Vorm geven, bv bijsijden van vlees en opbinden.

Farce

Een vulling van gehakt, vis of groenten, of een combinatie hiervan om gevogelte, vlees of vis op te vullen.

Ficeleren

Dichtbinden van gerechten om ze in vorm te houden.

Fileren

Lossnijden van filets van vis, wild en gevogelte, tevens de benaming van een mals stuk vlees zonder been of graat.

Filet mignon

Biefstukje uit het dunne gedeelte van de runderhaas.

Flamberen

Aangestoken eetlepel sterke alcoholische drank over het gerecht gieten.

Fleureren

Rijzen van deeg.

Fleurons

Kleine stukjes gebakken bladerdeeg, meestal in halvemaanvorm.

Fonceren

Met spek bekleden van een pan waarop vlees gestoofd wordt. Deze term wordt ook gebruikt voor het bekleden van taart- en puddingvormen.

Fond

Sterk ingekookte bouillon. Wordt veel gebruikt als basis voor sauzen.

Frangipane

Amandelspijs met boter en ei verfijnd. Soezendeeg.

Frapperen

Snel met ijs afkoelen.

Fricassée

Blanke ragout van gevogelte, kalfsvlees of orgaanvlees.

Fumet

Kookvocht van vlees, vis of groenten, meer of minder ingekookt naar gelang het verdere gebruik.

Galantine

Koud gerecht van uitgebeend gevogelte.

Galettes

Een met couverture op papier gespoten chocolade versiering voor op desserts of voor op pattisserie. Het spuiten gebeurt met een papieren cornetje.

Gaifrette

Wafeltje (Frans).

Garbure

Soep uit Zuidwest Frankrijk gemaakt van kool spek geconserveerde eend of gans.

Garnituur

Bijgerechten gelijk met het hoofdgerecht opgediend.

Gazpacho

Oorspronkelijk een Spaanse boeren broodsoep met knoflook, olijfolie en azijn en groenten van het seizoen. De moderne versie is een koude tomatensoep.

Gastrique

Een mengsel van sjalottten, azijn, water en peperkorrels dat je inkookt en passeert als je een Hollandaise gaat maken.

Gelato

Italiaans ijs op basis van suikerstroop, room of eidooiers.

Geleren

Het stevig worden van vloeistoffen door afkoeling.

Genoise

Luchtig gebak van biscuitdeeg.

Givreren

Bedekken van een gerecht met geraspt ijs.

Glace

  1. IJs.
  2. Sterk gereduceerde fond gebruikt om een gerecht te laten glanzen.
  3. Glimmend laagje op een gerecht.

Glace roya

Mengsel van gehakte amandelen, poedersuiker en eiwit.

Glazuren

Garneren van gebak met suikerglazuur of gesmolten chocolade.

Gnocchi

Kleine deegballetjes van aardappel of gepureerde groenten met bloem gebonden, kort gepocheerd.

Gratineren

In de oven of onder de grill met alleen bovenwarmte een gerecht een goudgeel korstje geven.

Gremolata

Mengsel van gehakte citroenschil, knoflook en peterselie. Wordt aan stoofschotels toegevoegd.

Grilleren

In de oven of op de barbecue garen door middel van stralingshitte.

Grisini

Dunne soepstengels die vaak bij antipasta worden geserveerd.

Julienne

In reepjes met de grootte van een luciferstokje gesneden groente. Ook soms dunne schijfjes, b.v. bij champignons of komkommer.

Klaren

(Clarifier) Het helder maken van fonds en gelei met behulp van eiwit. OOk boter langzaam verwarmen, vocht laten verdampen en schuim afscheppen.

Kokskruiden

Mengsel van witte peper, majoraan, rozemarijn, anijs, kardamon, foelie, gember, nootmuskaat en piment (verhouding 6:3:3:2:2:1:1:1:1) .

Koraal

(Coraille) Rode massa in kop van een kreeft of langouste. Oranje deel bij st-jakobsschelpen.

Krabbetjes

Varkensvlees met been uit de buik gesneden.

Larderen

Meestal bij vlees. Het doorrijgen van een stuk vlees met dunne reepjes spek om uitdroging te voorkomen.

Lardons

Lange reepjes spek gebruikt voor het larderen.

Liaison

Bindmiddel, b.v. een mengsel van bloem en boter, of van eierdooier en room.

Lossen

Uit de vorm halen.

Macedoine

Een mengsel van in kleine blokjes gesneden soorten fruit of groenten.

Macereren

Inweken in likeur of cognac of het laten intrekken van suikersiroop.

Madelainevorm

Halve cilindrische vorm met dikke ribbels die de dikte van de plakjes aangeven.

Marie-Louise-vorm

Cakevorm.

Marinade

Vloeistof die gearomatiseerd is. Vaak water met wijn en of azijn, met zout en kruiden. In een dergelijk mengsel laten we vlees, wild of vis kortere of langere tijd liggen. Dit heet marineren.

Maskeren

(Masquer) Toedekken, verbergen. Meestal gebruikt bij afwerken van taarten met geslagen room of crème.

Marmite

  1. Pan
  2. Boullion in deze pan getrokken
  3. Gefermenteerde pasta ook gebruikt als broodbeleg.

Marsepein

Mengsel van gemalen amandelen met suiker en eiwit, dat vooral in de bakkerij gebruikt wordt als garnering. Er wordt vaak kleurstof aan toegevoegd.

Matignon

In Madeira gestoofde groenten met kruiden genoemd naar veldmaarschalk Matignon.

Medaillon

Een cirkelvormig plakje vlees.

Meringue

Uit het Frans over genomen benaming van een bakje bereid van schuimdeeg.

Meunière

Vis bedekt met bloem gebakken in boter, die wordt geserveerd met gesmolten boter en citroensap.

Mie de pain

Broodkruimels van witbrood.

Mille Feuille

Laagjes bladerdeeg met jam slagroom en vers fruit.

Mirepoix

Diverse groenten in stukken gesneden en in een pan met deksel gaar gestoofd.

Mittoneren

Inkoken totdat er een brij of puree ontstaat.

Monteren

(Monter) Het verfijnen van soepen en sauzen door het er doorheen kloppen van stukjes koude boter. In een enkel geval ook wel eens eiwit.

Mousse

Luchtig zoet of hartig gerecht met eiwit, slagroom en soms gelei.

Mousseline

Neteldoek of zeefdoek. Bereidingen hier naar genoemd zijn voornamelijk luchtig.

Myoteren

(Mijoter) Sudderen, gaarstoven zonder kleur te krijgen. Bij kerriepoeder en paprikapoeder gebruikelijk om de smaak beter te ontwikkelen.

Napperen

(Napper) Gelijkmatig met saus of gelei bedekken.

Panade

Mengsel van brood dat in room geweekt gebruikt wordt als bindmiddel.

Paneren

Voor het braden bedekken met een mengsel van opgeklopt ei met melk en daarna bedekken met paneermeel of broodkruim.

Panna cotta

Gekookte room. Dessert gemaakt van van room en melk.

Panzanella

Toscaanse boerensalade met brood van de vorige dag, tomaat, ui, selderij, komkommer, knoflook en basilicum met een vinaigrette.

Panzarotti

Kleine Italiaanse pasteitjes.

Pareren

Verwijderen van vet, pezen, zenen enz.

Parfait

IJssoort met veel eieren en room.

Passeren

Door een zeef halen of door een doek drukken.

Peper

  1. Ragout van voorbouten van wild
  2. Specerij.

Persillade

Gehakte peterselie met knoflook.

Pesto

Italiaanse saus gemaakt van gestampte knoflook, pijnboompitten en basilicum, gebonden met olijfolie en parmezaanse kaas.

Pie

Engels gerecht dat onder een deksel van deeg in de oven wordt gebakken. Zowel met zoete als hartige vullingen.

Plicheren

(Plicher) Ontvellen, meestal gebruikt bij tomaten.

Piqueren

Inprikken van deeg om blaasvorming te voorkomen. Larderen.

Pocheren

Het tegen de kook aan houden van ingredienten in water zonder dat dit echt gaat koken. De temperatuur is ongeveer 95°.

Polpettine

Gehaktballetjes met parmezaanse kaas en kruiden.

Pot-au-feu

Franse benaming voor een groentesoep.

Poêleren

Bakken in een gesloten pan.

Potpourri

Mengsel van rozijnen, oranjesnippers en bigareaux.

Praline

Mengsel van gehakte noten met poedersuiker.

Profiterole

Klein soesje bij voorbeeld als soepgarnituur.

Pulp

Brij van fijngewreven vruchten, groenten enz.

Pureren

Tot moes of puree verwerken d.m.v. stampen roeren enz. bij voorbeeld als soepgarnituur.

Quenellen

(Quenelles) Balletjes of rolletjes enz. van vulling.

Quiche

Hartige taart.

Raperen

Vlees uit het vel en van de botten schaven, maar ook groenten schaven.

Ras el hanout

Marokaans kruidenmengsel. De samenstelling varieert per maker en wordt gebruikt in couscous-, rijst-, vlees-, en groentenschotels.

Ravioli

Italiaans gerecht van gepocheerde pastakussentjes gevuld met vlees, groenten, of kaas.

Reduceren

Inkoken of indikken door verhitten.

Reveneren

Aanbraden.

Rissoleren

Bruin roosteren.

Risotto

Italiaans rijstgerecht dat zacht gekookt wordt.

Roerbakken

Snel gaarmaken van stukjes vlees groenten enz. in een wok op hoog vuur onder voortdurend omscheppen.

Rosé

Halfdoorbakken van vlees.

Roux

Mengsel van gelijke hoeveelheden boter en bloem. Wordt gebruikt als basis van vele sauzen. Ook wel verhouding 5:6 boter:bloem.

Royale

Mengsel van room en eieren verwarmd in een bain.

Rozet

Het in ronde vorm spuiten van slagroom, farce o.i.d.

Sabayon

Luchtige crème bereid van eieren, suiker en droge witte wijn en afgemaakt met likeur of vruchtensap.

Saigneren

Vlees (nog bloederig) braden. Underdone.

Saisoneren

Met kruiden, zout en peper bestrooien.

Salamander

Professionele grill die zeer hoge temperaturen kan bereiken.

Salmis

Een ragout van gevogelte of wild, meestal aan tafel afgewerkt.

Salpicon

Kleine stukjes vlees, vis of groenten gebruikt als vulling voor pasteitjes.

Sangleren

Inpakken in zout en ijs.

Sashimi

Dunne uitgesneden verse vis die rauw wordt gegeten met een Wasabi (indoopsausje). Japanse keuken.

Saumure

Pekel.

Sauteren

Snel aanbraden onder voortdurend omscheppen.

Savoury

Hartig hapje.

Scalloppine

Dun lapje klafslende dwars op de vezel gesneden.

Schrikken

Met koud water begieten om kookproces te stoppen.

Smoren

Garen in een gesloten pan in weinig vet en met eigen vocht.

Savarin

Luchtig Frans gebak, bereid van fijn gistdeeg in een ringvorm.

Soufflé

Een gerecht luchtig gemaakt door de ingrediënten (waaronder veel eieren) in een vorm(pje) in een hete oven te zetten.

Spatchcock

Engelse term. Geslacht en meteen bereid pluimvee.

Stomen

In hogedrukketel of stoompan garen met behulp van stoom. Kan ook in een pan met rooster.

Stoven

Aanbraden in heet vet en met toegevoegd vocht in gesloten pan garen.

Strattu

Geconcentreerde tomatenpuree die enkele dagen in de zon gedroogd is.

Stremmen

Laten stollen.

Sudderen

Zachtjes en gelijkmatig koken op zacht vuur.

Suprémes

Mooie stukjes gevogelte.

Tableren

Roeren en trekken van gekookte suiker op een marmeren plaat totdat deze wit is geworden. (fondant)

Tandori

Mengsel van kruiden met een rood-oranje kleu, gebruikt in de Indiase keuken om kip te kleuren, waarna deze gebakken wordt in een tandooroven.

Tamis

Haren zeef.

Tapas

Spaanse hapjes.

Tapenade

Pasta van zwarte olijven, kappertjes ansjovis mosterd basilicum en peterselie.

Tian

Een Frans woord dat zowel een aarden schaaltje als het gerecht erin kan betekenen.

Timbaal

Een gerecht dat zijn naam ontleent aan de bekerachtige vorm waarin het bereid wordt.

Tortilla

  1. Spaanse omelet met eieren, aardappels, groenten en kruiden.
  2. Mexicaans plat brood van maismeel.

Tourneren

(Tourner) Het in gelijke vorm snijden van aardappelen of groenten.

Tranch

Plak, schijf. In hegedrukketel of stoompan garen met behulp van stoom. Kan ook in een pan met rooster.

Trancheren

(Trancher) In plakken snijden.

Tremperen

(Tremper) Met vocht besprenkelen. Meestal een liqueur of geparfumeerde siroop.

Tuile

Frans voor dakpan. Dun, gebogen, koekje.

Velouté

Een gebonden fluweelzachte soep.

Verjus

Sap van onrijpe druiven.

Vert-cuites

Half rauw.

Vinaigrette

Koude saus op basis van 3 delen olie en 1 deel azijn met kruiden.

Vol-au-vent

Warme pastei van ragout in bladerdeeg.

Volaille

Meestal wordt kip bedoeld.

Zeste

Dunne schil (zonder wit) van sinaasappel of citroen gesneden in hele dunne reepjes.

Zesteur

Apparaatje waarmee je dunne reepjes schil van citrusvruchten kunt halen.

[Stuur een mailtje][Beginpagina]

© 2004 Kookgoed Edam